Geschiedenis

Mea Dulcea is in 1962 opgericht in Bergen op Zoom onder de naam Zeekants Meisjeskoor. Het initiatief kwam van Gerard Kock, kapelaan van de toenmalige Pauluskerk, die het koor ook een tijdje dirigeerde. Later namen eerst Rob Verstegen en daarna Wim Steenbak het stokje over. Het koor begon met een dozijn leden, maar groeide snel en telde in korte tijd wel vijftig zangeressen, vooral gerekruteerd op de voormalige Theresiaschool in de Bernadettestraat. Het koor begon zijn carrière met het verzorgen van liturgische diensten in de Pauluskerk. Toen die kerk fuseerde met de Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk verhuisde het Zeekants Meisjeskoor mee. Het werd onderdeel van het Fortse parochieel gemengd koor, dat in die tijd zo’n 75 leden telde. Optredens buiten de eredienst waren voor de ‘meisjes’ in de beginperiode beperkt, bijvoorbeeld tot deelname aan het AVRO’s Korenfestival in Hilversum en gelegenheidsoptredens bij bevrijdings- en kerstconcerten in Bergen op Zoom. Dat veranderde allemaal flink vanaf 1980 toen het koor werd uitgenodigd door mannenkoor Fortissimo om mee te doen aan een concert in De Stoelemat. De mannen hadden het Californian Girls Choir uit Amerika op bezoek dat vooral lichtvoetige muziek bracht. Het Zeekants Meisjeskoor had evenwel ‘echte’ koormuziek ingestudeerd, zoals het toenmalige Brabants Nieuwsblad op 7 juli 1980 schreef.

‘Het Zeekants Meisjeskoor van Wim Steenbak telt slechts 16 leden. Daarmee werken is niet eenvoudig, want in die leeftijdscategorie is het verloop natuurlijkerwijze groot. Maar hun zingen dwingt alle respect af. Hier geen volkslied of lichte kost uit operette, maar echte koormuziek, speciaal de Renaissance, met Regnart, Morley en Hassler, zeer grote namen op koorgebied. Hasslers ‘Tanzen und Springen’, danste er echt uit en ‘Das klinget so herrlich’ van Mozart was heel fijn om te horen.’

Er werd een extra repetitieavond ingevoerd (op de woensdag) om ook niet-liturgische koormuziek in te studeren en uitnodigingen voor optredens in de hele regio volgden. Het repertoire werd aanzienlijk uitgebreid waarbij hedendaagse Nederlandstalige componisten zoals Albert de Klerk, Henk Badings en Vic Nees gaandeweg een groot aandeel kregen. Er werd bij de opname van de kerstelpee In Dulce Jubilo die samen met Fortissimo werd gemaakt gekozen voor een andere, meer volwassen naam. De leden van het koor ‘groeiden’ met het koor ‘mee’ toen een maximumleeftijd verviel: trouwen betekende niet langer einde lidmaatschap zoals in de jaren zestig gebruikelijk was. Het ledental stabiliseerde in de jaren tachtig rond de 25. Mea Dulcea betekent ‘mijn geliefde’ en daarmee wordt uiteraard het zingen bedoeld. Onder leiding van dirigent Wim Steenbak ontwikkelde Mea Dulcea (de Mea’s zoals ze zichzelf gemakshalve soms noemen) tot een veelzijdig profaan koor. Het koor was verschillende keren op de radio te beluisteren, deed mee aan festivals en een jaarlijks terugkerend optreden werd het koffieconcert in het Bergse Markiezenhof. Steeds in samenwerking met talentvolle jonge instrumentalisten. Zo trad ooit Jasper de Waal op, tot voor kort solohoornist van het Concertgebouworkest in Amsterdam. Maar ook het Brabants Saxofoonkwartet deed een keer mee, een slagwerkensemble van de muziekschool, een dwarsfluit en –blokfluitduo en het Bergs Klarinetkwartet. En de recensies bleven maar lovend:

‘Juist in de werken van Jan Mul en Henk Badings toonde het koor zijn grote kracht: gedurfd en zuiver a capella zingen’, Brabants Nieuwsblad, 1983

‘Mea Dulcea ware ambassadrice van het Bergse koorleven’, kopte De Stem in 1986

Na het zilveren jubileumoptreden in 1987 schreef BN: ‘Mea Dulcea bleek weer eens een heel apart koor, hoogst gedisciplineerd, haarzuiver zingend, met alle begrip ook voor de tekst en muziek’.

Uit het juryrapport 7e Brabants Korenfestival 1992 Leuven: ‘Gaaf ensemble, met zeer goede muzikale mogelijkheden, sterk van expressie. Werk de details nog beter af. Zeer goede leiding.’

Bij het 35-jarig jubileum in 1997 concludeerde De Stem: ‘Mea Dulcea opnieuw superieur in zang’

Dirigent Wim Steenbak, geworteld in de muzikale traditie van de Lourdeskerk en ’t Fort waar wijlen Frits de Groot een nadrukkelijk stempel had gedrukt, wist Mea Dulcea in de jaren tachtig en negentig tot grote hoogte te brengen. Hij kneedde Mea Dulcea en Fortissimo tot waardevolle instrumenten die spelen dat het een lieve lust is, formuleerde een van de recensenten het een keer. Wim ontving een Koninklijke onderscheiding, de Sakkoprijs en de Heinzemedaille voor zijn muzikale verdiensten. In totaal leidde hij het koor ruim dertig jaar, met in 1988 een onderbreking van een jaar waarin Rob van den Aarsen de artistieke leiding had. Na Wim Steenbaks definitieve afscheid in1998 volgde een aantal moeilijke jaren waarin diverse dirigenten elkaar afwisselden en het ledental inzakte.

De komst in 2004 van Ted van der Heijdt als dirigent luidde voor de vereniging een nieuwe periode van groei en bloei in. Ted studeerde aan het Rotterdams Conservatorium en de Amsterdamse Hogeschool voor Kunst en is pianodocent op de muziekschool in Bergen op Zoom en Roosendaal. Hij is ook dirigent van het Roosendaals Kamerkoor en leidde eerder het Heilig Hartkoor in Breda en kamerkoor Florestan dat hij mede-oprichtte.

Mea Dulcea bestaat nu uit zo’n 27 vrouwen en repeteert wekelijks in basisschool De Driemaster aan de Maaslaan. Nog steeds op de woensdagavond. Het koor treedt jaarlijks een paar keer op in Bergen op Zoom, maar ook daar buiten. Deelname aan de Monumentendag, kerstevenementen en het korenfestival Middelburg is de laatste jaren vaste prik geworden. Daarnaast werden concertreisjes naar Praag, Soest (D), Gent, Colmar, Barcelona en Krakau gemaakt en geeft Mea Dulcea elk jaar een eigen concert. Het repertoire is tegenwoordig zeer divers: van Latijn tot Engelstalig, van middeleeuws tot en met hedendaags, zowel profane als liturgische muziek. Welk repertoire er ook gezongen wordt: het doel blijft steeds een stap verder te komen met de muzikale ontwikkeling van het koor. Of zoals het heel officieel nog steeds in de verenigingsstatuten staat: ‘het bevorderen en veredelen van de zangkunst’. Dat lukt aardig, volgens BN DeStem althans dat Mea Dulcea een paar jaar terug een diamantje noemde.